De opties leren kennen

Kiezen doe je niet blind. In een restaurant vraag je de kaart, in een kledingzaak kijk je eens rond en vóór je een reis boekt, vergelijk je het aanbod en de prijzen.
Om de beste keuze te maken, gaat de leerling best na wat de mogelijkheden zijn. Deze keuzes zijn leerkrachten ongetwijfeld bekend, maar voor de volledigheid gaan we er hier nog even door.

Wanneer moet je kiezen?


Voor leerlingen uit de basisschool gaat de eerste keuze om 1A of 1B:

  • 1A bevat een beperkt keuzepakket: Latijn, wetenschappen, handel, technologie, enzovoort. De meeste leerlingen kiezen 1A.
  • 1B wordt doorgaans gevolgd door leerlingen die in het basisonderwijs moeite hebben met theoretische leerstof. Soms zijn het ook leerlingen die uit het buitengewoon basisonderwijs komen. Slechts ca 6% van de leerlingen start zijn secundair onderwijs in 1B.
     

In het tweede jaar is er keuze tussen:

  • 2A, na een eerste leerjaar A, dat de leerlingen een beperkt keuzepakket biedt. Er wordt eigenlijk al een opdeling gemaakt tussen meer theoretische studies en meer praktische richtingen.
  • 2B, of het beroepsvoorbereidend leerjaar, waarnaar de meeste leerlingen van 1B overstappen. Nadien volgen ze meestal BSO.
     

Pas na de eerste graad, na het tweede jaar secundair onderwijs dus, kiest de leerling een studierichting.
Op dat moment kan de leerling in principe nog alle kanten uit. Toch is het heel interessant om al vanaf het einde van het basisonderwijs op zoek te gaan naar de meest geschikte studierichting.
 

Waar vinden ze de mogelijke studierichtingen?

  1. op deze website:
  2. in de studiekeuzegids:
    De Suske en Wiske studiekeuzegids bevat de bijna 80 'afstudeerrichtingen' in het zesde of zevende jaar, én een volledig overzicht van het studieaanbod van alle scholen voor secundair onderwijs in Brussel.
    Deze gids kan besteld worden via de site www.vgc.be/onderwijs.
     
  3. op de studiekeuzebeurs:
    Van 8 tot 11 februari vindt in Gemeenschapscentrum De Markten de 9de studiekeuzebeurs plaats. Ook daar vinden de leerlingen en de ouders informatie over de ruime waaier aan BSO- en TSO-richtingen die de stad rijk is. De studiekeuzebeurs is een interessante bestemming voor een klasuitstap. En nodig zeker ook de ouders uit om jullie te vergezellen! Zo kunnen ze samen met hun kinderen op zoek naar een geschikte richting.
     

Presenteer de opties met een open blik

Enkele tips:

  • Sommige ouders vertrekken met een vast idee, waaraan ze alle andere richtingen toetsen. Dit remmen we best wat af. Laat elke richting voor zichzelf spreken. Elke richting heeft wat te bieden.
  • Er bestaan geen goede of slechte richtingen, alleen richtingen die aansluiten bij de mogelijkheden en interesses van het kind of niet.
  • Elke richting heeft toekomstmogelijkheden. Anders zou de richting er niet zijn.
    Maar als ouders echt blijven hameren op toekomstmogelijkheden, geef hen dan misschien aan wat de knelpuntberoepen zijn. Dat zijn beroepen waar de vacatures niet ingevuld raken. Gegarandeerd werk.
    Ze zullen trouwens merken dat heel wat van deze beroepen kunnen worden ingevuld via TSO- of BSO-scholing.
  • Laat de ouders de omschrijvingen van de richtingen rustig en open bekijken, samen met hun kind, en telkens met de vraag of het aansluit bij zijn interesse. 
  • Stimuleer de ouders de studiekeuzebeurs te bezoeken.